Foto Hollandse Hoogte

Sinds 2014 is de Inspectie verantwoordelijk voor het toezicht op de taakuitvoering binnen de vreemdelingenketen. In 2015 was er sprake van een snelle stijging van de asielinstroom, wat ook in 2016 een behoorlijke druk legde op de vreemdelingenketen. De Inspectie heeft in 2016 naar aanleiding van nieuwe vraagstukken en gesignaleerde risico’s nieuwe prioriteiten gesteld. In de afgelopen periode lag de focus van het toezicht op een aantal risicovolle onderdelen: het proces van identiteitsvaststelling van asielzoekers en de terugkeer van vreemdelingen zonder verblijfsrecht.

Identiteitsvaststelling van asielzoekers

In het schouwrapport van de Inspectie naar de tijdelijke (opvang)locaties voor asielzoekers (2015) bleek onder meer dat er concessies werden gedaan aan de volledigheid van het identificatieproces. Daardoor konden er knelpunten ontstaan bij de inhoudelijke beoordeling van asielaanvragen.

Cover rapport De tijdelijke (opvang) voorzieningen voor asielzoekers onder de loep - Schouwrapport
Het schouwrapport toont aan dat er concessies werden gedaan aan de volledigheid van het identificatieproces.

Het registratieproces en identificatieproces dat asielzoekers in de identificatiestraten (ID-straten) doorlopen is een eerste, belangrijke schakel in de vreemdelingenketen. Op verzoek van de minister en staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft de Inspectie sinds eind 2015 diverse onderzoeken uitgevoerd in de ID-straten.

Aangezien de ID-straten een eerste schakel zijn in de keten vergt dit een goede samenwerking tussen de betrokken organisaties om gezamenlijk de doelstellingen te bereiken. De Inspectie heeft naar aanleiding van het onderzoek betrokken partijen opgeroepen realistisch te zijn over de haalbaarheid van de uit te voeren maatregelen. Inmiddels heeft de Inspectie vastgesteld dat het identificatieproces op orde is en het proces zorgvuldig wordt uitgevoerd.

Familie asielzoekers op weg naar opvanglocatie
Foto Hollandse Hoogte

Eind 2016 is onderzoek gedaan naar de opvolging van signalen over mogelijke terroristische activiteiten. Uit onderzoek bleek dat binnen de politie, KMar, de IND en het COA, de meldstructuur om harde of zachte signalen door te geven aan de inlichtingen- en veiligheidsdiensten op orde is. Dit zijn signalen over de asielzoeker die van belang kunnen zijn voor de bestrijding van mensensmokkel, mensenhandel en terrorisme. De uitwisseling van zachte signalen en het lerend vermogen van de diensten onderling kan verder worden versterkt.

Terugkeer en vertrek van vreemdelingen zonder verblijfsrecht

Wanneer een vreemdeling Nederland moet verlaten maar dit niet doet, kan diegene gedwongen worden uitgezet (al dan niet in Europees verband). De Inspectie houdt stelselmatig toezicht op de uitvoering van het terugkeerproces. Daarbij wordt onderzocht of alle betrokken instanties hun taken op een veilige en humane wijze uitvoeren. De Inspectie houdt toezicht op zowel nationale als op gezamenlijke Europese terugkeeroperaties. Zo zijn er in 2016 126 uitzettingen gemonitord (grond en/of vluchtinspectie) en 7 Joint return operations (JRO) bijgewoond.

KLM vliegtuig met aangekoppelde passagiersslurf

Uit de inspecties in 2016 blijkt dat de uitvoering van begeleide gedwongen terugkeer in het algemeen goed verloopt. De Inspectie constateert dat de fase van de begeleide gedwongen feitelijke terugkeer uit Nederland volgens de geldende normen verloopt.

De belangrijkste bevindingen van 2016

Informatie-uitwisseling

  • De informatie-uitwisseling tussen de ketenpartners is verbeterd, maar behoeft nog steeds aandacht. Ontbrekende informatie en/of onjuiste informatie levert in de uitvoering van terugkeercases risico’s op voor de veilige en humane uitvoering van de terugkeer. In bijna 20% van de zaken bleek de informatie over de medische situatie van de betrokken vreemdeling(en) in meer of mindere mate niet juist of volledig. In 2016 is ingezet op het verbeteren van de registratie van informatie en de koppeling van informatiesystemen en is de ‘Handreiking uitwisseling medische informatie in de vreemdelingenketen‘ uitgebracht. Ondanks deze maatregelen is de informatie-uitwisseling in terugkeercases in 2016 slechts beperkt verbeterd.

Operationele samenwerking

  • De operationele samenwerking tussen de ketenpartners is zichtbaar verbeterd. Een aandachtspunt is de aansluiting van het vervoer naar de locatie van vertrek (DV&O) op de voorbereiding en uitvoering van de feitelijke terugkeer (KMar). Dit vormt een risico voor de zorgvuldige voorbereiding en uitvoering van de terugkeer door de KMar.

Veiligheid van de vreemdelingen en anderen

  • Ondanks de momenten van fouillering en veiligheidscontroles tijdens het terugkeerproces, heeft de KMar in verschillende gevallen direct voorafgaand aan de vlucht gevaarlijke of verboden voorwerpen aangetroffen. Ook tijdens het controleren van de handbagage direct voorafgaand aan de vlucht zijn in een aantal gevallen gevaarlijke voorwerpen aangetroffen.

Toepassing van dwangmiddelen en hulpmiddelen

  • De Inspectie constateert dat inzet van dwangmiddelen en hulpmiddelen (zoals handboeien of een bodycuff) tijdens het uitzetproces alleen plaatsvindt wanneer en zolang de situatie daartoe aanleiding geeft. In 80% van de gevallen leidt de inzet ertoe dat de vreemdeling zich in de uitzetting berust. In een geval bleek er sprake van inzet van een niet-voorgeschreven middel (kussensloop). Hierop zijn door de betrokken uitvoerende organisaties maatregelen getroffen.

Het uitzetten gebeurt over het algemeen zorgvuldig en humaan. Het accent van het toezicht wordt daarom verlegd naar de voorbereiding van de begeleide gedwongen terugkeer.

Internationale terugkeeroperaties

De Inspectie heeft in 2016 in totaal 7 zogeheten Joint Return Operations (JRO’s) geïnspecteerd en daarover gerapporteerd. Het betreft terugkeeroperaties waarbij Europese lidstaten samenwerken in het laten terugkeren van vreemdelingen naar een specifiek bestemmingsland. Bij het toezicht op JRO’s geldt dat de Inspectie alleen een oordeel geeft over het handelen van de betrokken Nederlandse overheidsfunctionarissen. De centrale conclusie van de Inspectie ten aanzien van de JRO’s is dat deze zorgvuldig zijn voorbereid en uitgevoerd.

© Rijksoverheid

Europees project over toezicht op gedwongen terugkeer

De Inspectie neemt sinds 1 september 2016 deel aan het Forced Return Monitoring II project (FReM II) van het International Center for Migration Policy Development (ICMPD). Het FReM II project wordt uitgevoerd ter ondersteuning van de recent aangenomen European Border and Coast Guard verordening. Het doel van het project is te komen tot een goed functionerende Europese pool van terugkeer monitors met een gemeenschappelijk toetsingskader en een geharmoniseerde werkwijze.