Foto Dienst Justitiële Inrichtingen

Binnen het terrein Jeugd is er een intensieve samenwerking tussen de verschillende toezichthouders in het jeugdveld en het sociaal domein. Naast de Inspectie Jeugdzorg en Inspectie voor de Gezondheidszorg werkt de Inspectie VenJ in het sociaal domein ook samen met de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Inspectie voor het Onderwijs. Deze vijf rijksinspecties werken samen onder de noemer Samenwerkend Toezicht Jeugd. Het toezicht richt zich op risico’s, maar ook op calamiteiten. De Inspectie VenJ richt zich voornamelijk op instellingen waarmee jeugdigen via opgelegde justitiële maatregelen in aanraking komen. Dit zijn naast de justitiële jeugdinrichtingen ook de Raad voor de Kinderbescherming, de gecertificeerde instellingen voor onder andere jeugdreclassering en Halt.

Toezicht Justitiële Jeugdinrichtingen

De Inspectie houdt sinds 2011 toezicht op de justitiële jeugdinrichtingen (JJI’s). In JJI’s verblijven jongeren van 12 tot 23 jaar voor kort en lang verblijf. Samen met vier andere rijksinspecties zijn doorlichtingen uitgevoerd in JJI’s en de daaraan verbonden scholen. In 2016 is, met de doorlichtingen van RJJI Hunnerberg en JJI Het Keerpunt, de cyclus van systematische doorlichtingen van alle JJI’s afgerond.

JJI Hunnerberg - gang met deuren
Het aantal jongeren in de JJI's is fors gedaald. (Foto Dienst Justitiële Inrichtingen)

Vanaf de start van de doorlichtingen van de JJI’s is er een aantal ingrijpende ontwikkelingen geweest. Zo is het aantal jongeren in de JJI’s fors gedaald en de populatie veranderd. De jongeren die in JJI’s verblijven zijn gemiddeld ouder bij binnenkomst. Die groep heeft zwaardere en langduriger bestaande problematiek. Daarnaast hebben organisatieveranderingen ook hun weerslag gehad op de bezetting en motivatie van het personeel en daarmee de kwaliteit van het primaire proces.

Aandachtspunten
Na vijf jaar doorlichtingen zien de inspecties een aantal aandachtspunten voor de kwaliteit van JJI’s. Deze aandachtspunten komen voort uit verbeterpunten die de inspecties in meerdere doorlichtingen hebben benoemd en die risico’s kunnen vormen:

  • Het activiteitenprogramma richten op onderwijs, persoonlijke en sociale ontwikkeling, beroepsopleiding en re-integratie in de samenleving.
  • Voor alle jongeren uitvoering van de omgangsmethodiek.
  • Visitaties meer steekproefsgewijs en met maatwerk uitvoeren.
  • Perspectiefplannen tijdig vaststellen en bespreken.
  • Snellere klachtenafhandeling.
  • Meer training van omgang met agressie en geweld.

Inmiddels hebben de JJI’s diverse verbeteringen doorgevoerd. Deze waren van belang voor de ingesloten jongeren, de medewerkers en in sommige gevallen ook voor de veiligheid van de maatschappij. De rode draden uit de doorlichtingen zien de inspecties als extra stimulans voor de verdere ontwikkeling van de kwaliteit van de JJI’s. Nu er een compleet beeld is, worden de gesignaleerde punten betrokken bij de inrichting van het risicogericht toezicht op de JJI’s. Voor 2017 wordt het toezicht op de JJI’s gericht op het neerzetten van een veilig en pedagogisch leefklimaat ten aanzien van de verzwaarde problematiek van de jongeren in JJI’s.

Leren van Calamiteiten 2: Veiligheid van kinderen in kwetsbare gezinnen.

Calamiteiten

In het kader van de Jeugdwet zijn organisaties verplicht calamiteiten en geweldsincidenten te melden. De Inspectie VenJ heeft hiervoor samen met de Inspectie Jeugdzorg en de Inspectie voor de Gezondheidszorg een gezamenlijk meldpunt ingericht. In 2016 zijn er 234 meldingen binnengekomen. De beoordeling van calamiteiten kan aanleiding zijn voor het (al dan niet gezamenlijk) uitvoeren van incidentonderzoeken. In 2016 zijn in dat kader een aantal onderzoeken afgerond naar calamiteiten in Rotterdam, Heerlen, Hoogeveen en Zoetermeer.

Problemen en oplossingen voor jeugdigen worden met een integrale blik onderzocht door de inspecties. In 2016 hebben de inspecties binnen Samenwerkend Toezicht Jeugd een analyse gemaakt van elf calamiteitenonderzoeken over kinderen en jongvolwassenen binnen kwetsbare gezinnen in de periode 2013-2016. Uit die analyse komen belangrijke uitdagingen voort voor bestuurders, professionals en instellingen.

Volwassenproblematiek is kindproblematiek

  • De veiligheid van kinderen wordt niet adequaat geborgd omdat betrokken professionals zich onvoldoende realiseren welke gevolgen de problemen van de ouders kunnen hebben voor het veilig en gezond kunnen opgroeien van kinderen.

Samenhang tussen het vrijwillige en gedwongen kader

  • De zorg en ondersteuning in het vrijwillig kader aan gezinnen waar zorgen bestaan over de veiligheid van de kinderen is vaak te lang te vrijblijvend van aard en er wordt te laat opgeschaald naar het gedwongen kader. In het geval van afschalen vanuit het gedwongen kader naar het vrijwillige kader, worden geen duidelijke afspraken gemaakt met het gezin en tussen professionals.

Onderschatten van chronische problematiek

  • Professionals herkennen chronische problematiek bij kwetsbare gezinnen niet of handelen daar niet naar. Onder chronische problematiek verstaan de inspecties: problematiek binnen een gezin die blijvend is, die niet opgelost kan worden maar die in ernst wel kan wisselen (bijvoorbeeld verslaving, psychische problematiek en/of een verstandelijke beperking bij ouders of kinderen).
     
  • De zelfredzaamheid of ‘eigen kracht’ van deze gezinnen wordt systematisch overschat. Hierdoor is er geen sprake van passende zorg, hulp en ondersteuning en vallen kwetsbare gezinnen na een periode van intensieve zorg en ondersteuning vaak weer terug. Veiligheidsrisico’s voor kinderen blijven bestaan.

Om de doorontwikkeling te stimuleren en meer samenhang tussen beleid en uitvoeringspraktijk te creëren hebben de inspecties een factsheet ‘Leren van calamiteiten 2’ opgesteld. Hierin is bij de uitdagingen aangegeven wat bestuurders en professionals kunnen doen om met elkaar meer samenhang en afstemming te realiseren.

Jongetje zittend op monument met een glas chocomel, ander jongetje staat erbij
De inspecties hopen dat door de factsheet ‘Leren van calamiteiten 2’ de kans op calamiteiten in het vervolg zo veel mogelijk wordt verkleind. (Foto Hans Moolenaar)