Foto Richard van Elferen

De overheid zet zich in om Nederland te beschermen tegen dreigingen die de maatschappij kunnen ontwrichten. Het kan daarbij gaan om ‘klassieke’ fysieke dreigingen zoals branden en natuurgeweld. Maar de dreiging kan ook een digitaal of sociaal karakter hebben, denk bijvoorbeeld aan terrorisme, uitval van ICT en cybercrime.

Bij de bescherming tegen dreigingen en de aanpak van rampen en crises zijn verschillende overheidsorganisaties betrokken. Denk bijvoorbeeld aan de veiligheidsregio’s (waar de brandweer een onderdeel van is), de provincies en rijksdiensten als Rijkswaterstaat. De overheid werkt daarbij steeds meer samen met het bedrijfsleven. Een voorbeeld hiervan is de crisisorganisatie op regionale luchthavens. Die bestaat uit een groot aantal publieke, private, nationale en internationale partijen.

Ontwikkelingen in het toezichtgebied

De Inspectie ziet in het domein van nationale veiligheid een verbreding van het soort risico: van fysieke dreigingen naar ook digitale en sociale dreigingen. De Inspectie richt haar toezicht op zowel de voorbereiding op fysieke dreigingen als op digitale en sociale dreigingen. De wijze waarop organisaties inspelen op risico’s en maatschappelijke ontwikkelingen is daarbij een aandachtspunt. De Inspectie geeft het toezicht op Nationale veiligheid steeds meer gestructureerd vorm. Er wordt ingezet op het periodiek opstellen van beelden over de rampenbestrijding, brandweer en GHOR. De focus van het toezicht komt daarbij meer te liggen op het toetsen van de daadwerkelijke kwaliteit en kwaliteitsontwikkeling. Daarnaast voert de Inspectie in 2017 een verkenning uit naar cybersecurity.

De Inspectie richt haar toezicht zowel de voorbereiding op fysieke dreigingen als op digitale en sociale dreigingen. (Foto: Wiebe Kiestra)

Onderzoeksthema's

In 2017 richt de Inspectie zich op de volgende onderwerpen:

  • Toezicht crisisbeheersing.
  • Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme.
  • Inrichting repressieve brandweerzorg.
  • Inrichting en taakuitvoering meldkamers.
  • Kwetsbaarheden en mogelijkheden crisisorganisatie burgerluchtvaart.
  • Brandweerduiken.
De Staat van de rampenbestrijding 2016 laat zien dat de veiligheidsregio’s in de afgelopen jaren een positieve ontwikkeling hebben doorgemaakt.

Toezicht crisisbeheersing

De Inspectie onderzocht voor de Staat van de rampenbestrijding 2016 hoe de veiligheidsregio’s invulling geven aan hun taken op het terrein van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. De onderlinge samenwerking tussen de veiligheidsregio’s en de landsgrensoverschrijdende samenwerking maakten hier onderdeel van uit. De aansluiting op de nationale crisisstructuur is in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten.

In 2017 onderzoekt de Inspectie hoe de aansluiting is tussen de veiligheidsregio’s en de nationale crisisorganisatie bij zowel de voorbereiding op rampen en incidenten als bij de aanpak hiervan. Het onderzoek richt zich in het bijzonder op de aansluiting van de crisisorganisaties van de veiligheidsregio’s op de Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) en de Nationale SGBO van de nationale politie.

Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme

Niet alleen in Nederland maar ook elders in de wereld is er toenemende bezorgdheid over de bedreiging die het gewelddadige jihadisme vormt voor de veiligheid en de democratische rechtsstaat. In 2014 heeft de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid samen met zijn ketenpartners het actieprogramma ‘Integrale Aanpak Jihadisme’ opgesteld. Het programma bevat verschillende maatregelen op het gebied van preventie en repressie. Bij de uitvoering van deze maatregelen zijn veel organisaties betrokken.

Eind 2016 is de Inspectie gestart met een evaluatie van de uitvoering van het actieprogramma in de praktijk. Daarbij onderzoekt de Inspectie in hoeverre maatregelen uit het actieprogramma zijn geïmplementeerd en worden toegepast. De Inspectie betrekt daarbij de ervaringen van functionarissen, good practices en leerpunten.

De Inspectie onderzoekt in hoeverre maatregelen uit het actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme zijn geïmplementeerd en worden toegepast.

Inrichting repressieve brandweerzorg

De afgelopen jaren is er veel gebeurd rond de inrichting van de repressieve brandweerzorg. Diverse maatschappelijke organisaties hebben hun zorgen geuit. Onder meer de sluiting van kazernes, de variabele voertuigbezetting en de financiële taakstellingen bij de brandweer hebben regelmatig geleid tot de vraag of goede brandweerzorg nog voldoende is geborgd. Daarom is de Inspectie in 2016 gestart met een onderzoek naar de inrichting van de repressieve brandweerzorg.

De Inspectie toetst met dit onderzoek in alle veiligheidsregio’s in hoeverre de inrichting van de repressieve brandweerzorg voldoet aan de geldende wet- en regelgeving. Daarbij kijkt de Inspectie onder andere naar de vastgestelde tijdnormen voor de opkomsttijd van de brandweer, de toepassing van variabele voertuigbezetting, de beschikbaarheid van personeel, de registratie en analyse van gerealiseerde opkomsttijden en in hoeverre het brandweerpersoneel veilig de repressieve taak kan uitoefenen.

Inrichting en taakuitvoering meldkamers

Meldkamers vervullen een belangrijke rol bij de inzet van hulpverleningsdiensten en het reageren op incidenten. De Inspectie concludeerde in 2015 dat de continuïteit van meldkamers een punt van zorg is. Uit de Staat van de rampenbestrijding 2016 blijkt dat de veiligheidsregio’s zich zorgen maken over de ontwikkeling van de Landelijke Meldkamer Organisatie en de kwaliteit van de meldkamers. In 2017 wordt een aantal meldkamers samengevoegd.

Vanwege de cruciale rol die de meldkamers spelen in het hulpverleningsproces van met name de politie, de brandweer en de ambulancezorg, onderzoekt de Inspectie wat met de aanbevelingen uit het inspectieonderzoek naar de meldkamers uit 2015 is gebeurd. En in hoeverre de eerder geconstateerde aandachtspunten in de nieuwe meldkamers zijn opgelost. Tevens biedt het de mogelijkheid om de good practices en aandachtspunten van de nieuwe meldkamers inzichtelijk te maken en deze mee te nemen in het vervolgtraject van het samenvoegen van alle meldkamers.

De Inspectie concludeerde in 2015 dat de continuïteit van meldkamers een punt van zorg is. (Foto: Directie Voorlichting, Ministerie van Veiligheid en Justitie)

Kwetsbaarheden en mogelijkheden crisisorganisatie burgerluchtvaart

De Inspectie heeft in 2015 onderzoek gedaan de crisisorganisatie van burgerluchtvaart. De crisisorganisatie op regionale luchthavens bestaat uit een groot aantal publieke, private, nationale en internationale partijen. Uit het onderzoek bleek een gebrekkige kennis en/of erkenning van elkaars taken, verantwoordelijkheden, bevoegdheden, belangen en mogelijkheden. Dit maakt de samenwerking tussen de verschillende partijen kwetsbaar. De Inspectie onderzoekt de opvolging van de aanbevelingen uit het onderzoek ‘Naar een bundeling van krachten in tijden van crisis’.

Brandweerduiken

De Inspectie constateerde in 2015 in het onderzoek ‘Duikongeval Koedijk’ dat de organisatorische invulling en werkwijze bij het brandweerduiken onvoldoende was. Het duikongeval in Koedijk was niet het eerste ongeval waarbij een brandweerduiker om het leven kwam. Eerder was dit het geval in Terneuzen (2008), Urk (2007) en Utrecht (2001). Uit het onderzoek bleek dat er naar aanleiding van de eerdere incidenten onvoldoende lessen waren getrokken. Inmiddels heeft Brandweer Nederland een zogenaamde ‘zelfscan duiken’ ontwikkeld. De Inspectie stelt op basis van de resultaten van de zelfscan en eerdere aanbevelingen een actueel beeld op over het brandweerduiken.