Foto Paul Tolenaar

De politie levert een belangrijke bijdrage aan het handhaven en vergroten van de veiligheid in Nederland. Onder gezag van de burgemeesters en het Openbaar Ministerie werkt zij hierbij samen met hen en met andere publieke en private organisaties binnen de vreemdelingen-, de veiligheids- en de strafrechtketen zoals de reclassering en de veiligheidsregio’s.

Ontwikkelingen in het toezichtgebied

Op 1 januari 2013 zijn de 25 regionale korpsen en het Korps Landelijke Politiediensten opgegaan in de Nationale Politie. De reorganisatie die hiermee gepaard gaat, wordt eind 2017 formeel afgerond. Dat betekent niet dat de organisatieveranderingen op die datum stoppen of geheel zijn geïmplementeerd. De veranderingen die tijdens de reorganisatie zijn ingezet, werken ook daarna nog door in de verhouding tussen de politie en haar partners en de burger.

Begin 2017 treedt de wijziging van de Politiewet 2012 in werking waarmee de Politieacademie wordt ingebed in het nieuwe politiebestel. Het doel hiervan is in eerste instantie om een betere aansluiting te krijgen tussen praktijk en opleiding. Daarnaast heeft de wijziging het borgen van de kwaliteit van het politieonderwijs en de onderzoeks- en kennisfunctie in het nieuwe politiebestel voor ogen, met behoud van de onafhankelijke positie van de Politieacademie. In het Politieonderwijsverslag 2016 schetste de Inspectie een aantal risico’s voor de politieorganisatie. Bijvoorbeeld de gevolgen van de gewenste zij-instroom en de enorme vervanging die moet plaatsvinden vanwege vergrijzing en de daarmee samenhangende uitstroom van personeel. Verder is komende jaren een aanzienlijke kwaliteitsslag en inspanning nodig op het gebied van de opsporing.

Foto: Algemene Zaken

Onderzoeksthema’s

In 2017 richt de Inspectie zich op de volgende onderwerpen:

  • Terug- en vooruitblik op de politie.
  • Politieonderwijs.
  • De externe beveiligingsplannen voor Nederlandse nucleaire inrichtingen.
  • Implementatie en borging verbeteringen naar aanleiding van aanbevelingen commissie Hoekstra.
  • Parate kennis politieambtenaren.

Terug- en vooruitblik op de politie

Het afronden van de reorganisatie bij de politie is een natuurlijk moment om eind 2017 een afsluitend rapport over de vorming van de nationale politie te publiceren. Dit bouwt voort op de halfjaarrapportages van de Inspectie de afgelopen jaren over de voortgang van de reorganisatie van de politie. De Inspectie kijkt hoe het staat met de reorganisatie. In hoeverre heeft de politie de belangrijkste (herijkte) doelstellingen gerealiseerd? Het perspectief van bevoegd gezag, maatschappij en ketenpartners speelt daarbij een belangrijke rol. De Inspectie wil daarbij ook aangeven op welke aspecten de politie in de periode na 2017 nog de nodige inspanningen moet leveren.

In 2016 heeft de Inspectie het Politieonderwijsverslag 2016 afgerond.

Politieonderwijs

De Inspectie geeft een overstijgend beeld van zowel het onderwijs aan de Politieacademie zelf als van de mogelijke risico’s die samenhangen met de omstandigheden die invloed hebben op het politieonderwijs. Het toezicht richt zich daarbij niet alleen op de kwaliteit van het onderwijs maar ook op de relatie met de praktijk: voldoet het onderwijs aan de vraag van de praktijk?

In 2016 heeft de Inspectie het Politieonderwijsverslag 2016 afgerond. In 2020 rapporteert de Inspectie opnieuw over het politieonderwijs. In dit kader richt de Inspectie zich in 2017 op de volgende onderdelen:

  1. Onderzoek Dienst Speciale Interventies
  2. Onderzoek Rijopleiding initieel
  3. Scan Leergang wijkagent
  4. Scan Kennisinstructeur Identiteitsvaststelling
  5. Scan Medewerker Real Time Intelligence Center

Hiernaast monitort de Inspectie de opvolging van de aanbevelingen uit het Politieonderwijsverslag 2016. Zij bekijkt de voornemens, voortgang en ingezette maatregelen door de Politieacademie. Dit betreft niet alleen de opleidingen die in 2016 zijn onderzocht, maar ook de kwaliteit van het politieonderwijs in zijn geheel. De opleidingen ‘Basis politiemedewerker’, ‘Rechercheren in een meer omvattende zaak’ en ‘Hulpofficier van justitie – vreemdelingen’ worden hierbij betrokken. De Inspectie rapporteert hierover aan de Politieacademie.

De externe beveiligingsplannen voor Nederlandse nucleaire inrichtingen

In een tijd van toenemende dreiging bieden toezichthouders inzicht of vitale onderdelen deze dreiging aan kunnen. Nederland kent zes nucleaire inrichtingen. Wanneer er iets gebeurt in een nucleaire inrichting kan dat ook grote gevolgen hebben voor de omgeving.

Een nucleaire inrichting is zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van de inrichting. De overheid is verantwoordelijk voor de externe beveiliging. De politie moet voor elke inrichting een plan opstellen voor de externe beveiligingsorganisatie. Dit plan richt zich op mogelijke dreigingen die de productie van een nucleaire inrichting kunnen verstoren of die een gevaar kunnen vormen voor de samenleving. Het plan beschrijft de maatregelen die de politie in zulke situaties treft in het kader van de ordehandhaving, bewaking, beveiliging en responsmanagement waaronder (speciale) interventie. De Inspectie is in 2016 gestart met een onderzoek naar de externe beveiligingsorganisatieplannen.

De politie moet voor elke nucleaire inrichting een plan opstellen voor de externe beveiligingsorganisatie. De Inspectie doet onderzoek naar de plannen. (Foto: Hans Moolenaar)

Implementatie en borging verbeteringen naar aanleiding van aanbevelingen commissie Hoekstra

De onderzoekscommissie strafrechtelijke beslissingen Openbaar Ministerie (commissie Hoekstra) deed in 2015 onderzoek naar de zaak Bart van U. Dit onderzoek geeft het belang aan van goed werkende ketens. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft het Openbaar Ministerie het ‘Verbeterprogramma Maatschappelijke Veiligheid’ opgesteld. Dit verbeterprogramma bevat maatregelen om de maatschappelijke veiligheid in relatie tot verwarde personen te waarborgen.

De Inspectie VenJ houdt met de procureur-generaal Hoge Raad en de Inspectie voor de Gezondheidszorg, elk vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, toezicht op het verbeterprogramma. De Inspectie heeft in 2016 onderzocht hoe de politie, het Openbaar Ministerie, het Centraal Justitieel Incassobureau en het Nederlands Forensisch Instituut een aantal maatregelen uit het verbeterprogramma uitvoeren en hoe de coördinatie en samenhang daarbij is. In 2017 ligt de focus in het tweede onderzoek op de mate waarin de maatregelen daadwerkelijk zijn geïmplementeerd en geborgd. De Inspectie onderzoekt tevens uitgebreider de knelpunten die met dit eerste onderzoek zijn blootgelegd.

Parate kennis politieambtenaren

De Inspectie onderzocht in het najaar van 2014 de parate kennis van politieambtenaren in de basispolitiezorg. Uit dat onderzoek bleek dat er op het punt van basisbevoegdheden winst te behalen valt. De borging van die parate kennis in en door de organisatie ontbrak. Naar aanleiding van het onderzoek heeft de Inspectie aanbevolen te zorgen voor een adequaat (bij)scholingssysteem en om dat systeem te borgen. In het najaar 2017 start de Inspectie een vervolgonderzoek naar parate kennis.