Foto Hollandse Hoogte

Een professionele toezichthouder is zich bewust van zijn omgeving. De Inspectie heeft in een constructieve en interactieve dialoog met de organisaties in het veld en de verantwoordelijke beleidsdirecties haar koers bepaald.

Kern van de koers

De koers van de Inspectie JenV kent vier hoofdlijnen:

  1. De Inspectie bevordert het lerend vermogen van de organisaties waar zij toezicht op houdt.
     
  2. De Inspectie richt haar toezicht meer op het functioneren van ketens en netwerken, met als uitgangspunt de maatschappelijke opgaven van JenV.
     
  3. De Inspectie heeft een vanzelfsprekende rol bij het onderzoeken van incidenten binnen het terrein van JenV.
     
  4. De Inspectie stelt periodieke beelden op over het functioneren van de uitvoering.

Met deze vier hoofdlijnen wil de Inspectie een bijdrage leveren aan het succes en resultaat van de maatschappelijke opgave waar JenV voor staat.

""
Hoofdlijnen koers Inspectie Justitie en Veiligheid

De Inspectie bevordert het lerend vermogen

Op de eerste hoofdlijn wil de Inspectie JenV actief een bijdrage leveren aan het (vergroten van het) lerend vermogen van organisaties. De Inspectie richt zich ook in de toekomst primair op de kwaliteit van de taakuitvoering. Dit betekent dat de Inspectie meer dan voorheen op zoek gaat naar de achterliggende redenen voor tekortkomingen of risico’s, aanspoort tot kwalitatief goede interne onderzoeken door de organisatie zelf, beoordeelt of aanbevelingen zijn opgevolgd en de mate van toezicht afstemt op de mate waarin organisaties aantoonbaar zelf ‘op orde’ zijn. De Inspectie zal overigens wel interveniëren wanneer het gaat om acuut op te lossen knelpunten of risico’s.

Achterliggende redenen
De Inspectie stelt in haar onderzoeken de ‘waarom’-vraag centraal. Als inspecteurs tekortkomingen of risico’s signaleren, gaan zij op zoek naar de achterliggende redenen. Waar ligt het aan? De Inspectie betrekt hier ook randvoorwaarden als toerusting, bedrijfsvoering en governance bij. Het stelt de Inspectie in staat om doelgerichte aanbevelingen te doen en geeft beleid en uitvoering het gewenste inzicht.

Opvolging aanbevelingen
Om een goed beeld te krijgen van het lerend vermogen, gaat de Inspectie structureel na of aanbevelingen uit eerdere onderzoeken zijn opgevolgd. Als dat niet het geval is bekijken de inspecteurs waarom dit is. Zijn er belemmerende factoren? De Inspectie kan zo ook beoordelen of ze tot aanbevelingen komt waarmee beleid en uitvoering daadwerkelijk aan de slag kunnen.

Aantoonbaar in control
De Inspectie heeft vertrouwen in de intrinsieke motivatie van professionals om hun taken zo goed mogelijk uit te voeren. Om dit ook in de praktijk waar te kunnen maken verwacht de Inspectie van organisaties dat zij hun eigen governance goed inrichten, een kwaliteitsbeleid hebben en kwaliteitssystemen inrichten die hen in staat stellen om te zien waar (bij)sturing nodig is. Als de ondertoezichtstaanden laten zien op die wijze te werken en zelf kwalitatief op orde te zijn, past de Inspectie de intensiteit van haar toezicht aan. Met deze werkwijze is inmiddels positieve ervaring opgedaan in het toezicht op het politieonderwijs.

De Inspectie richt zich meer op ketens en netwerken

De Inspectie richt zich nadrukkelijker op de ketens en netwerken die actief zijn in het domein van justitie en veiligheid. De maatschappelijke opgaven in dat verband zijn immers vaak niet de verantwoordelijkheid van slechts één organisatie. Vaker gaat het om een aanpak waarbij veel verschillende organisaties samenwerken. Zij doen dit in ketens (denk aan de vreemdelingenketen of de strafrechtsketen) of netwerken (zoals veiligheidshuizen). Dit leidt er ook toe dat de Inspectie steeds vaker de taakuitvoering door ketenpartners van JenV in haar toezicht betrekt.

Door de focus op ketens en netwerken te leggen wordt samenhang in het toezicht geborgd en kan aan de buitenwereld duidelijker worden gemaakt dat het toezicht relevante aspecten binnen verschillende – vaak met elkaar samenhangende – onderwerpen dekt.

*De vier rijksinspecties die binnen het Toezicht Sociaal Domein samenwerken zijn: de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o., de Inspectie van het Onderwijs, de Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Daarmee kan worden voorkomen dat telkens op losse onderwerpen afzonderlijk de roep om toezicht klinkt.

Samenwerking
De Inspectie is vaak niet de enige partij die toezicht houdt binnen ketens en netwerken. Bovendien vallen sommige uitvoeringsorganisaties vanwege een breder werkterrein of andere wettelijke kaders niet alleen onder toezicht van de Inspectie JenV. De focus op ketens en netwerken, en de maatschappelijke opgaven waar zij voor staan, brengt met zich mee dat de Inspectie haar samenwerking met andere toezichthouders voortzet en intensiveert. Een voorbeeld hiervan is het Toezicht Sociaal Domein*, waarin diverse rijksinspecties samenwerken.

Organisaties in beeld
De Inspectie blijft natuurlijk ook aandacht houden voor de individuele organisaties. Ketens en netwerken staan gezamenlijk aan de lat voor de aanpak van maatschappelijke problemen, maar zijn in de praktijk vaak zo sterk als de zwakste schakel. Om dit voldoende in beeld te houden is een goede informatiedeling vanuit die organisaties nodig. Daarnaast dragen ook (periodieke) inspectiebezoeken bij aan goed inzicht in het functioneren van organisaties.

Een vanzelfsprekende rol bij het onderzoeken van incidenten

In het veld van justitie en veiligheid komen er regelmatig incidenten voor. Soms zijn de gevolgen beperkt, soms zijn ze helaas groot en veroorzaken ze veel maatschappelijke onrust. Dat vereist aanhoudend aandacht voor de evaluatie van incidenten. Om zicht te krijgen waar eventuele risico’s in de uitvoering zitten binnen het domein van justitie en veiligheid wil de Inspectie inzicht hebben in zowel de aard van incidenten, als de afwikkeling ervan. Het onderzoek van de Inspectie is daarbij niet gericht op de schuldvraag.

Dekkend systeem van incidentmeldingen
De Inspectie streeft binnen het domein van justitie en veiligheid naar een dekkend beeld van incidenten in de uitvoering. Binnen de Dienst Justitiële Inrichtingen en in het jeugddomein en gezondheidsdomein is het al gebruikelijk en op sommige terreinen zelfs wettelijk verplicht om incidenten te melden. De Inspectie gaat deze werkwijze ook op de andere domeinen invoeren. De Inspectie rekent hierbij op de actieve medewerking van de betreffende uitvoeringsorganisaties.

Heldere rol bij incidentonderzoeken
De Inspectie gaat bij incidenten zoveel mogelijk uit van eigen onderzoek door de betrokken organisaties. Dit draagt het beste bij tot zelf leren en het stimuleren van kwaliteitsbewustzijn van organisaties. Daarbij kan de Inspectie input leveren op de kernvragen van een onderzoek dat instellingen zelf initiëren. De Inspectie wil dan ook worden geïnformeerd over de uitkomsten van onderzoeken waarover contact is geweest. Door zo al aan de voorkant via de meldingen betrokken te zijn, kan de Inspectie de kwaliteit van die onderzoeksvragen verhogen. Achteraf bekijkt zij of de vragen afdoende zijn beantwoord en of de organisaties tot navolgbare conclusies en verbeterpunten komen.

In specifieke gevallen zal de Inspectie zelf een onderzoek starten. Wanneer er sprake is van maatschappelijke onrust, structurele problematiek of een landelijke uitstraling of bijvoorbeeld op verzoek van een bewindspersoon.

Eerder verschenen: De Staat van de rampenbestrijding 2016.

De Inspectie stelt periodieke beelden op

De Inspectie JenV gaat de komende jaren in toenemende mate periodieke beelden publiceren. Hierin gaat zij in op zowel het functioneren van de uitvoering als op de werking van het stelsel.

In de periodieke beelden kijkt de Inspectie terug (de reflectieve functie van toezicht), maar vooral ook vooruit. Wat ze in haar verschillende toezichtactiviteiten heeft gezien, koppelt ze aan kansen en risico’s voor het functioneren in de toekomst. Hiermee brengt de Inspectie beleid en uitvoering in de positie om – indien nodig – tijdig te interveniëren. Een samenstel van beelden kan een ‘Staat van ….‘ vormen, zoals nu al gebeurt met de Staat van de Rampenbestrijding en het Politieonderwijsverslag.

Drie invalshoeken als basis
De periodieke beelden zijn opgebouwd uit drie onderdelen:

  1. Monitoring vormt de basis voor het toezicht. Kwantitatieve en kwalitatieve informatie over de toezichtgebieden geven de Inspectie inzicht in prestaties, ontwikkelingen en trends. Daarnaast is het de basis voor het risicogestuurd toezicht, en de keuze van op deze risico’s gebaseerde thematische onderzoeken.
     
  2. Op basis van de monitoring, maar ook naar aanleiding van actuele maatschappelijk relevante ontwikkelingen, voert de Inspectie verdiepende thematische onderzoeken uit (risicogericht toezicht).
     
  3. Incidentonderzoeken bieden aan de hand van een specifieke casus een waardevol inzicht in het daadwerkelijke functioneren van organisaties.
""
Periodieke beelden zijn opgebouwd uit drie onderdelen.