Foto Nederlands Forensisch Instituut

Dit hoofdstuk beschrijft hoe de Inspectie in de periode tot en met 2020 met haar onderzoeken invulling gaat geven aan de koers. De snelheid en mate waarin de koers kan worden geïmplementeerd verschilt echter per toezichtgebied. De implementatie van de koers loopt naar verwachting door tot na 2020 en wordt regelmatig getoetst op actualiteit.

De Inspectie heeft haar toezichtveld om praktische redenen opgedeeld in een aantal toezichtgebieden: Politie, Migratie, Sanctietoepassing, Jeugd en Nationale veiligheid (safety en security). Het komt regelmatig voor dat een onderzoek onder meer dan één toezichtgebied valt. Zeker bij toezicht dat is gericht op ketens en netwerken, zoals in 2018 bij het vervolgonderzoek naar de informatieoverdracht in de asielketen.

De Inspectie opereert alert en flexibel. Naar aanleiding van veranderende opgaven kunnen toezichtgebieden wijzigen of nieuwe ontstaan.

Monitoring

Monitoring vormt de basis van het toezicht door de Inspectie. De Inspectie ontwikkelt de komende jaren, in nauwe samenwerking met organisaties werkzaam op het domein van justitie en veiligheid, een basismonitor voor de verschillende toezichtgebieden. Hierin verzamelt zij gegevens over de kwaliteit van de taakuitvoering op cruciale thema’s als informatiekwaliteit, incidenten, governance en toerusting.

Dit gebeurt aan de hand van verschillende bronnen:

  • Aangeleverde kwantitatieve informatie van organisaties. Het uitgangspunt hierbij is dat de Inspectie zoveel mogelijk aansluit op hun bestaande informatiestromen.
     
  • Meldingen van incidenten op basis van criteria die in overleg met betrokken organisaties worden bepaald.
     
  • Verzamelde kwalitatieve informatie uit intern en extern onderzoek.
     
  • Informatie opgehaald uit regelmatig bezoek aan instellingen die onder het toezicht van de Inspectie vallen (locatiebezoek).

Daarmee krijgt de Inspectie inzicht in prestaties, ontwikkelingen en trends en kunnen risico’s worden geïdentificeerd. Belangrijk aandachtspunt hierbij is dat de monitor niet alleen iets betekent voor de Inspectie, maar ook voor de organisaties waar toezicht op wordt gehouden of waar zij mee verbonden is.

Organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor goede kwaliteitsborging en een goede governancestructuur.

De Inspectie gaat de komende periode met de organisaties uit haar toezichtveld afspraken maken welke informatie uit datasystemen en informatiesystemen en meldingen met haar worden gedeeld. Het gaat hierbij om informatie en data die relevant zijn voor de Inspectie en daarmee standaard worden aangeleverd.

Als de Inspectie constateert dat organisaties kwalitatief op orde zijn, worden zij via de basismonitor gevolgd en zijn dan minder vaak onderwerp van verdiepend onderzoek. Zo zet de Inspectie haar capaciteit risicogericht in en wordt toezichtlast beperkt.

Gefaseerde ontwikkeling
Het ontwikkelen van de basismonitors vindt gefaseerd plaats: het tempo verschilt per toezichtgebied. In een aantal toezichtgebieden is al gestart met het opzetten van een basismonitor. De andere toezichtgebieden starten daar in 2018 en verder mee. Ook vinden in sommige toezichtgebieden al locatiebezoeken door de Inspectie plaats. De komende jaren streeft de Inspectie er naar in alle toezichtgebieden op locatie inspectiebezoeken af te leggen. Verder bestaan in enkele toezichtgebieden al afspraken over het beschikbaar stellen van informatie en het melden van incidenten. Zo zijn er met de Politieacademie en Dienst Justitiële Inrichtingen al afspraken over de structurele aanlevering van kwantitatieve en kwalitatieve informatie. Met andere organisaties vinden hierover gesprekken plaats. Binnen de toezichtgebieden Sanctietoepassing, Jeugd en Migratie zijn al afspraken met het toezichtveld over incidentmeldingen. Zoals eerder vermeld gaat de Inspectie ook dergelijke afspraken maken met de politie en de veiligheidsregio’s, inclusief de brandweer.

Incidenten

De ervaring leert dat er elk jaar incidenten plaatsvinden en actualiteiten opkomen die vragen om onderzoek door de Inspectie. Er zal altijd spanning blijven bestaan tussen het al dan niet oppakken van een incidentonderzoek en het uitvoeren van het reguliere werkprogramma. Mocht de vraag naar incidentonderzoek en actualiteitenonderzoek groter zijn dan gepland, dan bepaalt de Inspectie de prioriteit van de geplande onderzoeken opnieuw. En zal waar nodig één of meer geplande onderzoeken temporiseren of uitstellen. De Inspectie legt hierover verantwoording af in een jaarbericht. Uitgangspunt is daarbij om de aangegeven periodieke beelden wel altijd op te leveren, maar mogelijk met minder diepgang of juist met extra kleuring vanuit de incidentonderzoeken.

Focus in de toezichtgebieden

In de hoodfdstukken hierna is per toezichtgebied op hoofdlijnen aangegeven wat de komende drie jaar de focus in het toezicht is en welke onderzoeken de Inspectie in het kader van het periodieke beeld van plan is om uit te voeren. De onderzoeken voor 2018 zijn het meest concreet. De Inspectie rapporteert te zijner tijd in een publiek werkprogramma over de nadere invulling van het programma voor 2019 en 2020. Het werkprogramma wordt ook aan de Tweede Kamer aangeboden. Via haar inspectiewebsite communiceert de Inspectie transparant over de precieze focus en invulling van de onderzoeken die zij uitvoert. Daar zijn ook de lopende onderzoeken te vinden.